werkwijze

In 1971 begon een klein groepje idealisten een bijzondere school tussen de eerste flats in de Bijlmer. Zij droomden van een plek om samen te leren; een open school met kansen voor iedereen.

De OSB heeft in de loop der jaren een eigen werkwijze ontwikkeld die vorm geeft aan dat ideaal. Hier meer over de praktische uitwerking van deze werkwijze.

Onderzoekend leren

Elk kind heeft zijn eigen talenten.  Sommigen zijn theoretisch sterk, anderen kunnen beeldend veel, weer anderen hebben een praktisch inzicht om u tegen te zeggen.

In onze lessen worden steeds al die talenten aangesproken en ontwikkeld. Kijk bijvoorbeeld naar een les van onze geschiedenisdocent, die leerlingen het begrip urbanisatie aan elkaar laat uitleggen door ze in South Park-stijl posters te laten tekenen.

Hoe verschillend getalenteerd leerlingen ook zijn, nieuwsgierig zijn ze allemaal. Die natuurlijke nieuwsgierigheid wakkeren wij aan met onze nadruk op onderzoekend leren.  Dat doen we niet door leerlingen kennis voor te kauwen maar door hen rond een bepaald thema zelf na te laten denken.Vaak haalt de docent de stof naar de praktijk, waardoor kinderen zelf vanuit hun eigen verwondering de vragen kunnen opstellen. We prikkelen leerlingen door te laten zien wat de theoretische stof in het echt betekent.

Op deze manier leren wij leerlingen – ook buiten de beeldende vakken om – op een creatieve manier na te denken. Deze onderzoekende houding maakt leren bovendien leuk: kinderen mogen binnen bepaalde grenzen op hun eigen manier vraagstukken oplossen en zich vrij ontwikkelen. Een leerling: ‘Lessen hier zijn nooit saai, ze proberen  hier op een andere manier iets uit te leggen’.

Meer over de invulling hiervan onder het kopje ‘Eigenzinnig scienceonderwijs’.

Een klimaat om in te leren

Leren gaat het best op een plek waar je je prettig en gekend voelt. Daarom zorgen wij op school voor een open sfeer waarin elke leerling bovendien kan rekenen op veel persoonlijke interesse in zijn ontwikkeling.

De school is opgebouwd uit zes kleine deelscholen. Hier hebben kinderen steeds een aantal jaren een vast docententeam en dezelfde klasgenoten om zich heen. Dat zorgt voor een vertrouwde en eigen plek voor iedereen.

Kenmerkend is daarbij dat elke deelschoolleider, die gemiddeld tussen de 250 en 400 leerlingen onder zijn hoede heeft, alle leerlingen persoonlijk kent. De OSB zorgt bovendien voor een vertrouwd aanspreekpunt in ons uitgebreide mentoraat, waarbij de mentor veel contact heeft met de ouders.

Onze docenten zijn zeer betrokken bij de ontwikkeling van hun leerlingen. Zoals een leerling het zegt: ‘Je kunt je leraren hier niet lang onaardig vinden. Want je merkt ook altijd dat ze om je geven’.  Door in kleine teams te werken, kijken OSB-docenten altijd samen hoe zij het beste uit hun leerlingen kunnen halen.

Beoordelen is voor ons ook begeleiden. In onze rapporten vertellen we leerlingen daarom – in woorden, niet in cijfers – wat hun sterke punten zijn en wat zij kunnen verbeteren. Maar we vertellen kinderen ook altijd waar zij al vooruitgang boeken: in leerresultaten, in hun houding of in hun sociale vaardigheden. Want vooruitgang is er altijd: of dat nou komt in de vorm van een verbeterde houding in de les of een fantastische bijdrage in een discussie.

Heldere lesstructuur

Elk lesuur begint op de OSB in een kring, gaat over in een (samen)werkfase en eindigt daarna vaak weer in een kring. Deze vaste lesstructuur geeft leerlingen houvast. In die kring is iedereen bovendien gelijkwaardig en kan iedereen elkaar in de ogen kijken. Leerlingen zijn zichtbaar in de kring en leren om in een groep te praten.

In de werkfase gaan de leerlingen in kleine groepjes aan de slag. Door de stof aan elkaar uit te leggen, leren ze meer en beter. Zoals een leerling het zelf zegt: ‘Dingen die ik niet begrijp, kan iemand in mijn groepje soms beter uitleggen dan de leraar dat doet. We gebruiken andere woorden of doen het elkaar voor. Dan kan ik weer zelf verder’.

Reflecteren op je eigen vooruitgang speelt een belangrijke rol in ons onderwijs. We geloven dat je niet alleen leert van een toets, maar ook van de fouten die je op die toets maakte. Ook hier speelt de kring een rol: leerlingen kunnen aan het einde van de les op een vrije manier praten over wat zij hebben geleerd, wat goed ging en wat niet.  Onze leerlingen krijgen door de nadruk op reflecterend leren grip op hoe zij leren en wat zij kunnen. Dat maakt hen zelfstandige jonge mensen, die ook na de middelbare schooltijd hun talenten kunnen aanwenden.