vmbo

Het derde leerjaar: een nieuwe start

In klas twee kiezen vmbo-leerlingen, in overleg met de mentor, voor de theoretische leerweg of de beroepsgerichte leerweg (basis en kader). Binnen deze twee leerwegen kunnen leerlingen weer kiezen uit verschillende leerroutes: zorg en welzijn, economie en innovatieve techniek. Op de OSB zijn er voor de vmbo-leerlingen in de theoretische leerweg bovendien twee extra keuzes: de sportklas en de kunstklas.

In het derde leerjaar komen de leerlingen in een nieuwe mentorgroep, die weer hun uitvalsbasis is. Een deel van de week volgt iedereen de lessen in de mentorgroep, het andere deel van de lessen hoort bij de gekozen leerroute.

Op de OSB zijn binnen- en buitenschools leren nadrukkelijk met elkaar verbonden. Het onderwijs bereidt de leerlingen voor op de praktijk door in de lessen verschillende praktische talenten aan te spreken en door sollicitatietraining. Stage is een belangrijk onderdeel van het programma en op activiteitendagen gaan leerlingen de school uit: naar een museum, de Tweede Kamer of naar een bedrijf in de buurt. De keuzebegeleiding in het VMBO bereidt voor op een vervolgopleiding in het MBO aan één van de ROC’s of een vervolg in 4 havo.

Vmbo b/k

In de basis- en kaderberoepsgerichte leerroute speelt de praktijk een belangrijke rol. Bij de beroepsgerichte leerweg (basis en kader) volgen de leerlingen veel praktische vakken die gericht zijn op de doorstroom naar het middelbaar beroepsonderwijs. Door het grotere aantal praktische vakken ervaren veel leerlingen de bovenbouw als een nieuwe start met nieuwe mogelijkheden en nieuwe kansen.

Zij krijgen een combinatie van theoretische en beroepsvoorbereidende programma’s. De theoretische vakken bestaan uit een algemeen deel (Nederlands, Engels, bewegingsonderwijs, maatschappijleer en kunstvak I) en een specifiek sectorvakkendeel: techniek, verzorging, economie en administratie.

In het beroepsvoorbereidende programma (10 uur per week) wordt veel projectmatig en/of met werkplekken gewerkt. De latere beroepspraktijk wordt zoveel mogelijk de school binnen gehaald, soms door middel van levensechte opdrachten, soms door middel van stages, soms door de werkelijkheid op school na te bootsen met een project, studio of simulatie.

Vmbo t

Leerlingen die kiezen voor de theoretische leerweg doen eindexamen in zes vakken. Twee van die vakken komen uit de sectoren: techniek, economie en ondernemen en zorg en welzijn. Aan het eind van de derde klas kiezen de leerlingen het definitieve vakkenpakket. De vakken die aan het eind van klas drie worden afgesloten, moeten wel voldoende zijn.

In elke leerroute zijn verschillende vakkenpakketten mogelijk. Bij de leerroute kunst zijn de vakken drama, muziek en beeldende vorming opgenomen in het examenprogramma.

Vmbo t bereidt voor op niveau vier van het mbo, het zogenaamde middenkader in allerlei beroepssectoren. Er wordt dan ook een behoorlijke zelfstandigheid en goede leerhouding verwacht. Daarna staat ook de weg naar een hbo-opleiding open. Na het vmbo-t kunnen leerlingen ook direct doorstromen naar de havo.