Extra begeleiding binnen de school

Beginkring

Elke les op de OSB begint met een kringopstelling: leerlingen en docent zitten samen in een kring. De beginkring schept mogelijkheden voor het onderhouden van de sfeer door aandacht te besteden aan elk kind of door een spannend verhaal; er is ruimte voor het bespreken van gemaakt werk, voor discussie, terugkomen op de vorige les of uitleg van de nieuwe opdrachten. Het doel van deze beginkring is het betrekken van alle leerlingen bij de les en ervoor te zorgen dat er motivatie is om in de werkfase aan de slag te gaan. De kring is een gezamenlijk begin van elke les. Leerlingen leren er naar elkaar te luisteren en hun mening te uiten. Zo worden ze getraind in communicatieve en sociale vaardigheden die ze nu en in de toekomst hard nodig hebben.

 

Werkfase

In elke les volgt op deze beginkring een werkfase: de leerlingen gaan aan het werk met de opdrachten. De werkvormen zijn gevarieerd: gezamenlijke activiteiten, werken in kleine groepen of aan inpiduele opdrachten waarbij gedifferentieerd wordt. Samenwerkend leren in vaste groepen is een werkvorm die vaak wordt toegepast. De lessen bieden de leerlingen voldoende tijd om zelfstandig aan de opdrachten te werken en zich in de leerstof te verdiepen. Ook kunnen ze tijdens de werkfase met hun vragen direct bij de docent terecht. De docent observeert de leerlingen bij het werk en stimuleert en helpt hen.

 

Eindkring

Veel lessen eindigen in een korte eindkring waarin het gemaakte werk wordt besproken. Docent en leerlingen kijken terug op hoe er gewerkt is. Tijdens de eindkring geeft de docent huiswerk op voor de volgende les.

De mentor verzorgt de begeleiding van de leerlingen. Blijkt echter dat een leerling extra begeleiding nodig heeft voor leerproblemen of problemen op sociaal-emotioneel gebied dan biedt de OSB deze mogelijkheid binnen de school. Aanmelding voor extra hulp kan via de mentor.

 

Zorgbreedtecommissie

De zorgcoördinator, de schoolarts, de schoolverpleegkundige, de schoolmaatschappelijk werkster, de onderwijshulpverlener van Bureau Jeugdzorg en de leerplichtambtenaar komen tien keer per jaar bijeen in de zorgbreedtecommissie. Deze commissie bespreekt de aanmeldingen voor de extra leerlingbegeleiding.

 

Extra training

Ieder jaar bieden we leerlingen die daarvoor in aanmerking komen een sociale vaardigheids- of faalangsttraining aan.

 

Taalbeleid

De school vindt taalontwikkeling van de leerlingen bijzonder belangrijk en stimuleert die ontwikkeling door het spreken in de les, door het bevorderen van het lezen onder meer van (jeugd)literatuur en door speciale aandacht voor taalgericht vakonderwijs. Bij elk vak kijken we hoe de schriftelijke en mondelinge taalontwikkeling van de leerling verder kan groeien door aandacht te besteden aan specifieke vaktermen en begrippen.

 

Dyslexie

Leerlingen met een dyslexieverklaring krijgen een dyslexiepasje. Zij krijgen extra tijd en ruimte bij toetsen, schoolexamens en het centraal examen, maar ook in de gewone lessen. De school sluit aan bij het landelijke dyslexieprotocol door een jaarlijkse dyslexiesignalering en door testmogelijkheden aan te bieden.

 

Zorgcoördinator

De mentor meldt leerlingen, in overleg met de ouders, via de deelschoolleider aan bij de zorgcoördinator die zorgt voor verwijzing naar de juiste persoon of instantie.

 

Schoolarts

Ouders en leerlingen kunnen voor problemen thuis en/of op school de hulp inroepen van de schoolarts en van de schoolverpleegkundige. De schoolarts en de schoolverpleegkundige bezoeken de school regelmatig in verband met deelname aan de zorgbreedtecommissie en voor het onderzoek van de tweedejaarsleerlingen.

Een afspraak maken met de schoolarts gebeurt via de zorgcoördinator. Rechtstreeks contact is ook mogelijk. Er lopen contacten van de school met verschillende hulpverlenende instanties zoals Bureau Jeugdzorg, RIAGG en andere instellingen. Voor klachten van strikt medische aard wordt geadviseerd de eigen huisarts te raadplegen en niet de schoolarts.

 

Ziek thuis

We vinden het belangrijk dat een leerling die wegens ziekte de school gedurende langere tijd niet kan bezoeken, hulp krijgt bij schooltaken via de Stichting Onderwijs aan Zieke Kinderen Thuis. Deze stichting kan via de zorgcoördinator ingeschakeld worden. Tijdens verblijf in een ziekenhuis kan een beroep gedaan worden op de Educatieve Voorziening AMC/VUmc, en op het ABC als het om een niet-academisch ziekenhuis gaat.

 

Maatschappelijk werk

De schoolmaatschappelijk werkster begeleidt leerlingen met sociaal-emotionele problemen. Ze voert wanneer dat nodig is gesprekken met mentoren en ouders over de begeleiding van deze leerlingen.

 

Bureau Jeugdzorg

De onderwijshulpverlener van Bureau Jeugdzorg begeleidt leerlingen en speelt een rol bij de verwijzing van leerlingen naar hulpverlening buiten school.

 

Decaan

De decaan verzorgt materiaal voor de voorlichting voor studie- en beroepskeuze en organiseert speciale activiteiten, zoals aansluitingsprojecten en voorlichtingsavonden.

 

Huiswerkklas

Op de OSB wordt een huiswerkklas georganiseerd op dinsdag, woensdag en donderdag van 15.15 tot 17.30 uur. Leerlingen kunnen zich via de mentor inschrijven, maar ook zelf langskomen.

 

Vertrouwenspersoon

Voor de leerlingen is er een interne vertrouwenspersoon. Bij deze persoon kunnen leerlingen terecht voor klachten over seksuele intimidatie, agressie of discriminatie.