eigenzinnig science-onderwijs

Een oud-VWO leerling ziet de voordelen van ons  soort onderwijs zo: ‘Op de OSB leer je zelf nadenken.’ Leerlingen leren zelf de vragen stellen en bovendien op een eigen manier antwoorden te vinden. De sciencevakken natuurkunde, scheikunde en biologie -onderzoeksvakken bij uitstek – worden volgens dit principe gegeven, waarbij  de leerlingen de regie (gedeeltelijk) in handen hebben.

Leerlingen mogen zelf experimenten ontwerpen en hypotheses opstellen. Zo komen de meer abstracte modellen die ook bij natuur- en scheikunde horen, niet meer uit de lucht vallen. We vertellen dan ook graag dat uit promotieonderzoek van de Universiteit Utrecht is gebleken, dat leerlingen op de OSB hun natuur- en scheikundeonderwijs veel meer waarderen dan leerlingen van andere scholen in Nederland.

Sinds 2008 zijn we met het combinatievak Natuur, Leven en Technologie nog verder gegaan om leerlingen een onderzoekende houding aan te leren. Dit vak is verplicht voor alle bovenbouwers met een bètapakket en laat leerlingen de raadselen van bijvoorbeeld mossellijm of de platenspeler met kennis van biologie, scheikunde, natuurkunde en wiskunde, zelfstandig ontrafelen.

Een leerling: ‘Hier zit je niet steeds in de boeken, op de OSB wordt de theorie naar de praktijk gehaald’. Daarvoor hebben we speciaal een groot en modern science-lab laten bouwen. Daar is te merken dat leerlingen uitvoeren waar zij zich in de praktijk over verwonderen. Het motto ‘als je het kunt denken, kun je het ook vragen’ lijkt hier van toepassing: als echte wetenschappers zetten leerlingen de meest uiteenlopende experimenten op: zelf bier maken, vliegtuigvleugels ontwerpen of  eendenkuikens uitbroeden, onderzoek naar de effecten van het vaak verven van je haar.

Veel VWO-leerlingen die een bètastudie zijn gaan doen, merken nu op dat zij een stap verder zijn dan hun medestudenten: zij weten al hoe ze hun nieuwsgierigheid op een wetenschappelijke manier kunnen inzetten.