De universiteit in de klas

De heer dr. J C Roskam hield een college van goed 120 minuten zoals hij dat telkens doet voor eerstejaars studenten biologie aan de universiteit. “In de praktijk denken we bij evolutie vooral aan levende organismen, maar ook in het heelal en uit levenloze materie heeft zich leven ontwikkeld. We bestuderen evolutie, omdat we nieuwsgierig zijn naar onze oorsprong. Wetenschappers bekijken hoe soorten zich aanpassen aan hun omgeving (micro-evolutie) en proberen te achterhalen hoe soorten zich ontwikkelden en de huidige biodiversiteit is ontstaan (macro-evolutie)”, aldus de heer Roskam. In deze gastles werd vooral aandacht besteed aan grote gebeurtenissen zoals het ontstaan van het leven, de genetische code, seks, complexe organismen, samenlevingen, bewustzijn, taal en moraal.

 

De leerlingen van 4 VWO waren vertrouwd met de materie, ze hadden dit onderwerp al  behandeld bij de vakken Biologie en ANW. Het was ook geen wonder dat men zonder veel moeite de uitleg kon volgen. Een grotere uitdaging bleek de opdracht om 120 minuten lang stil te zitten, geconcentreerd te luisteren en vragen te stellen, dit bleek voor enkelingen geen sinecure. Gelukkig “hebben we nog genoeg tijd om aan een echte studiehouding te wennen” aldus een leerling. De reacties uit de groep waren ook divers, van “Ik kende alles al, ik kijk graag naar natuurdocumentaires.” tot “Halverwege het verhaal was ik echt de rode draad kwijt en toen kon ik het niet helemaal goed volgen”.  Desalniettemin, de eerste gastles van dit schooljaar zette meteen de juiste trend: “Nu weet ik wat mij over een paar jaar op de universiteit te wachten staat!” vatte een leerlinge haar indruk heel laconiek samen.